Wees welgekomen. :-) Ik zie in u een poëzieliefhebber, dat moet haast wel, wat zou u anders hier te zoeken hebben? Dat weet ik niet. Wat u te vinden hebt is echter duidelijk: Zowel Engels- als Nederlandstalige gedichten, vergezeld van een toepasselijke foto. Enjoy!

vrijdag 1 februari 2008

Februari enzo

Aangezien het vandaag 1 februari is: Het gedicht 'Februari' van onze Belgische poëziekoning Herman De Coninck.




Dunne aspergeachtige damesbenen?


FEBRUARI



De berken staan grauwwit
als dunne aspergeachtige damesbenen
voor het eerst zonder nylons.
Het kreupelhout schuurt knisperig
als een huig-r langs onze kleren;
het kreupelhout waaraan als nevel
de sluiers van door en door luchtig geklede
voor te lompe liefde voortvluchtige,
altijd een beetje te licht lachende minnaressen
zijn blijven hangen.


Het is niet meteen duidelijk of we mekaar
zo stevig vastpakken uit kou of uit liefde
maar misschien is dat hetzelfde.
Want koud is het hier
als in een soort kathedraal, het soort,
diepvriesreligie dat 2000 jaar lang Christus
koel heeft bewaard.
En de zon schijnt als het lichtje in een koelkast.


En de mist 's avonds lijkt op het soort vaagheid
dat ontstaat in het hoofd van een seniele god
die niets meer, laat staan een landschap,
kan onthouden.
Kijk maar waar ie nou weer
Leuven anno 1975 heeft verloren gelegd.


Herman De Coninck






BIOGRAFIE


Herman de Coninck, Vlaams dichter en criticus (Mechelen, 21.2.1944 - Lissabon, 22.5.1997)
Herman de Coninck werd op 21 februari 1944 te Mechelen geboren.


Hij doorliep de humaniora aan het St.-Romboutscollege van zijn geboortestad. Vanaf 1962 studeerde hij Germaanse filologie te Leuven en werd er redacteur van het studentenweekblad Universitas.
In 1966 werd hij licentiaat in de Letteren en bleef daarna vijf jaar in Heverlee wonen, dichtbij Leuven. Nadien verhuisde hij naar Berchem-Antwerpen. Na een periode als lesgever (1966-1970), onderbroken door zijn militaire dienst in Duitsland (1967), werd hij vanaf augustus 1970 redacteur bij het weekblad Humo. Samen met Piet Piryns verzamelde hij de voor dit blad verzorgde interviews in Woe is woe in de Nedderlens (1972). De Coninck werkte voor poëzie mee aan Ruimte, De Standaard en Tirade.
In 1983 verliet hij het weekblad Humo om hoofdredacteur te worden van het Nieuw Wereldtijdschrift. De relativerende en vaak ironiserende gedichten in zijn debuut Lenige liefde (1969) verraden invloed van o.a. de Tirade-dichters.


Voor zijn debuutbundel ontving De Coninck de Yang-prijs (1969) en de Prijs van de Provincie Antwerpen (1971). De volgende bundel Zolang er sneeuw ligt (1975) is sterk bepaald door persoonlijke ervaringen, in het bijzonder de dood van zijn echtgenote (1971). Deze bundel werd bekroond met de Dirk Martensprijs van de Stad Aalst (1976) en de Prijs van de Vlaamse Provincieën (1978). In latere bundels als Met een klank van hobo (1980, Prijs van de Vlaamse Gids 1982) en De hectaren van het geheugen (1985, J. Campertprijs 1986) evolueerde hij in een meer romantische richting.


Hij bundelde zijn essays over poëzie onder meer in Over de troost van pessimisme (1983), De flaptekstlezer (1992) en Intimiteit onder de melkweg (1994; Gouden Uil 1995). Voor zijn vertaling van Edna St. Vincent Millay, Ter ere van de goedertieren maan, werd hem de Koopalprijs toegekend (1981).
Op 22 mei 1997 overleed De Coninck in de Portugese hoofdstad Lissabon tijdens een congres over literatuur plots aan een hartstilstand. Hij was 53 jaar oud.


Tot plogs ;)